Van 15 t/m 19 oktober verbleven we weer met een gezellige groep deelnemers op het Duitse eiland Helgoland. De voorgaande dagen werden al enkele leuke soorten gezien op het minuscule eilandje op ongeveer 70 km uit de kust. We hoopten allereerst om leuke aantallen trekvogels te zien, maar uiteraard waren we niet vies van ook een leuke zeldzaamheid.
Dag 1 – 15 oktober
De eerste dag stond in het teken van het eiland verkennen. Na onze spullen in het hotel te hebben gebracht, zetten we koers richting het Kurpark. Onderweg werden we opgehouden door een Roodkeelduiker in zomerkleed die zich in een havenkom bevond. De vogel liet zich uitvoerig bekijken en fotograferen, al ging dit bijna ten koste van een nat pak. In de bosjes vonden we her en der de eerste Zwartkoppen en Tjiftjaffen en op zee dobberden mooie aantallen Eidereenden en Alken. Twee Zwarte Roodstaarten hipten rond op een industrieterreintje. Eenmaal aangekomen op het Nordstrand zochten we de wierhopen af op zoek naar leuke zangers. Door het zonnige weer was wel duidelijk waarom de vogels graag op het rottende wier afkomen. Enorme wolken insecten vlogen ons om de oren, belaagd door Graspiepers, Oeverpiepers, Witte Kwikstaarten en twee Tapuiten. Een gemelde Noordse Pijlstormvogel kregen we helaas niet in de kijker. Inmiddels begon het al te schemeren, dus verlieten we het strand om vervolgens langs de Sportplatz en de Große Treppe terug richting het hotel te lopen.
Dag 2 – 16 oktober
Op dag twee was de wind flink aangewakkerd. Ook bleek al snel dat er weinig nieuwe vogels op het eiland aanwezig waren. Na hetzelfde rondje te hebben gelopen als de vorige dag, hadden we vooral veel dezelfde vogels. De Roodkeelduiker was weer present en een dankbaar onderwerp voor de fotografen. Erg gaaf waren de Alken die nu op enkele meters onder de kant aan het duiken waren! In groepjes doken de vogels naar vis en konden we ze een stukje onderwater zien wegzwemmen, al peddelend met de vleugels als pinguïns. Tussen de meeuwen op het strand vonden we een jonge Zwartkopmeeuw en Pontische Meeuw, boven zee vlogen wat Jan-van-Genten en langs de rand van de klif vlogen zeven Boerenzwaluwen en foerageerden enkele Vinken en Kepen op het wier. Bij de Sportplatz was een Bladkoning gemeld, dus die konden we mooi meepakken, waarna we terugliepen richting het dorp voor de lunch.

Roodkeelduiker ©Gijsbert Twigt
In de middag wilden we de rest van het eiland verkennen. Als eerste stond de haven op het programma. Dit is niet direct de meest inspirerende plek op het eiland om vogels te kijken, maar met goede dagen kan het er werkelijk stampvol zitten met vogels. Zo’n dag was het nu duidelijk niet, dus kon ik van de meeste gezichten de vraag aflezen: “wat doen we hier?”. Al snel verlieten we de haven, maar na toch nog een keer achterom gekeken te hebben, zagen we nog wel een Zwarte Zeekoet zwemmen. Het was nu tijd om het wat hogerop te zoeken. We beklommen de weg richting Oberland en checkten de bosjes rond de vuurtoren. Vervolgens liepen we langs de westelijke klifrand richting de noordpunt. Hier zagen we, naast het prachtige uitzicht over het eiland, een groepje Kneuen, overvliegende Veldleeuweriken en een Sperwer en tussen de Aalscholvers stonden wat Kuifaalscholvers.
Dag 3 – 17 oktober
Omdat we het eiland Helgoland in de voorgaande twee dagen helemaal hadden verkend, vertrokken we op dag drie richting het kleinere eilandje Düne. De wind was vandaag aangewakkerd tot N6, dus was het even flink schommelen in het veerbootje tijdens de korte overtocht. Aangekomen op Düne bleek dat er hier heel wat meer vogels aanwezig waren. Op het strand liepen tientallen Koperwieken en Zanglijsters tussen grote groepen Spreeuwen. Ook vonden we al snel een Paapje op het wier, een Rosse Grutto en over zee vloog een Noordse Stern. Langs de kade konden we een jonge Gewone Zeehond bewonderen en even verderop een grote groep Grijze Zeehonden. Hoe hoger de stapels wier op het strand werden, hoe groter de aantallen vogels. Tientallen Bonte Strandlopers en Paarse Strandlopers, Steenlopers en enkele Goudplevieren en Zilverplevieren lieten zich van dichtbij bekijken en we stootten een Bokje op. Tussendoor hipten nog steeds de lijsters en enkele tamme Sneeuwgorzen en een groepje Strandleeuweriken trotseerden het opstuivende zand. De felbegeerde IJsgors wilde nog niet lukken, maar de komende dagen zouden we wellicht nog een nieuwe kans krijgen om deze soort te zien. Langs de waterkant zat een Visdief en even verderop vloog een late Grote Stern. Erg leuk was een groepje met Wilde Zwanen die over het eiland vlogen. Later zagen we de vogels verder op zee zwemmen.

Sneeuwgors ©Gijsbert Twigt
We sloten de dag op Düne af met het bezoeken van het wilgenbosje midden op het eiland. Hier was nog een Braamsluiper aanwezig en hoorden we een Waterral. Een gemelde Grote Pieper was helaas niet meer te lokaliseren. We besloten om Düne te verlaten en terug te gaan naar Helgoland. Hier waren namelijk een Taigaboomkruiper, Siberische Boompieper en Pallas' Boszanger gezien. Als eerste probeerden we de Siberische Boompieper, maar die vloog precies op toen we aankwamen, waardoor we niets anders hadden gezien dan een wegvliegende vogel. Nu was het de beurt aan de Taigaboomkruiper. Ook deze soort bleek erg lastig, vooral door de nog steeds erg harde wind. Omdat we de Pallas' Boszanger nog wilden proberen, verlieten we al snel de plek van de boomkruiper. Dit bleek een goede keuze, want de Pallas' Boszanger kregen we enkele keren prachtig in de kijker in een groepje Goudhanen, een fijne afsluiter van de dag!
Dag 4 – 18 oktober
Zaterdagavond zagen de vooruitzichten voor zondag er al erg goed uit. Vanuit Scandinavië was veel trek te zien op de radars en na een nacht met harde noordenwind in de rug, kwamen de vogels in de ochtend terecht in een zone met buien rond Helgoland. De perfecte omstandigheden om grote aantallen vogels op het eiland te krijgen. Eenmaal buiten gekomen, bleek dat onze verwachtingen zelfs werden overtroffen. Overal waar we keken zagen we wolken met lijsters, voornamelijk Koperwieken maar ook Kramsvogels, Grote Lijsters en grote aantallen Spreeuwen. De dieren zagen we soms van enorme hoogtes naar beneden ‘vallen’ om hun heil op het eiland te zoeken. Wederom bezochten we de haven, maar hoe anders was het nu in vergelijking met vrijdag! Uit elk bosje vlogen groepen Koperwieken en elke stoep of hekwerk was bezet door Merels. Tussen het gekrioel aan lijsters vonden we Geelgorzen, Barmsijzen en Strandleeuweriken. Eén van de deelnemers pikte een ‘roofvogel’ op die laag uit zee kwam vliegen: Velduil!

Koperwiek ©Gijsbert Twigt
Inmiddels begon het ook flink te regenen, dus werd er even opgewarmd in het hotel. Vervolgens liepen we naar Mittelland waar we een Houtsnip, Boomleeuweriken en jagende Sperwers zagen. De regen was gestopt en er begonnen nu roofvogels te vliegen. Vanaf een hoog punt zagen we verschillende Buizerds, Torenvalken, Sperwers en Blauwe Kiekendieven boven het eiland. Omdat we nog wat bosjes wilden checken op leuke soorten, liepen we weer via de oostkant van het eiland richting het noorden. Geregeld kwamen we groepjes Barmsijzen tegen, zagen kort een Goudvink en een late Fitis trok op met enkele Tjiftjaffen.
Dag 5 – 19 oktober
Op maandag stond nog eenmaal een bezoek aan Düne op het programma. De wind was iets afgenomen en het was lekker zonnig weer, mooie omstandigheden om weer leuke foto’s te maken van de vogels op het wier en de zeehonden. Het duurde niet lang of de Buizerds begonnen weer te vliegen. Niet enkele vogels maar tientallen, waarbij we de dieren soms op grote afstand laag over zee zagen bikkelen. Een lichte, langvleugelige buizerd boven het vliegveld werd al snel ontmaskerd als een heuse Ruigpootbuizerd! Helaas gaf de IJsgors weer niet thuis, maar gelukkig hadden we genoeg afleiding van andere soorten, zoals jagende Slechtvalk, Geelgors, Tapuit en Bonte Kraai. Bij het waterplasje met wilgenbosjes zagen we twee Waterrallen en er vloog een Blauwe Kiekendief laag langs.
Op Helgoland waren weer wat leuke soorten gezien die we wilden proberen, dus werd de overtocht voor de laatste keer gemaakt. In het Kurpark liep een eenzame Kleine Rietgans en we probeerden wederom een vergeefse poging om de Siberische Boompieper te zien, die zich ergens in een groot grasveld moest ophouden. Op het Nordstrand foerageerden nu aanzienlijk meer Vinken en Kepen op het wier en er scharrelden drie Strandleeuweriken rond. We hadden nog een uur voor we de boot moesten halen, en precies toen kwam de melding binnen van een zeldzame Izabeltapuit bij Oberland, bovenop de klif. In draf beklommen we de trap vanaf het strand en tien minuten later stonden we te genieten van een prachtige Izabeltapuit! Een fijne afsluiter van een vogelrijk weekend op Helgoland.
Ook in 2027 plannen we weer een mooi weekend op Helgoland. Kijk hier voor meer info en reserveren.

Izabeltapuit ©Gijsbert Twigt