Falsterbo: Algemeen, minder algemeen, megazeldzaam en megaveel!
Sommige vogelreizen zijn geslaagd als je een paar mooie doelsoorten ziet. Andere zijn geslaagd als je met een flinke soortenlijst naar huis gaaten tijdens sommige vogelreizen zie je gewoon veel vogels. En dan heb je Falsterbo. Daar kan het zomaar gebeuren dat je met alledrie de bovengenoemde aspecten te maken krijgt.
Van 1 tot en met 7 oktober trokken we met veertien deelnemers en gidsen Jesse Zwart en Gijsbert Twigt naar het Zweedse Falsterbo. Ons doel: de spectaculaire najaarstrek beleven, een flinke lijst doelsoorten afwerken en vooral heel veel genieten. Dat laatste is uitstekend gelukt. Dat eerste ook. Een belofte zijn we niet nagekomen. Erg rustig aan hebben we het namelijk niet gedaan.
Een vliegende start
Op donderdag 1 oktober vertrokken we vanuit Amersfoort richting Zweden. Via de veerpont bij Puttgarden maakten we de oversteek naar Denemarken, om vervolgens via de beroemde Øresundbrug Zweden binnen te rijden.
Dat laatste bleek nog even spannend. Op de pont ontdekten we dat de brug vanwege een militaire oefening die eens in de vier jaar plaatsvindt tussen 20.00 en 22.30 uur afgesloten zou zijn. Er zat dus maar één ding op: plankgas door Denemarken. Met nog twee minuten over haalden we de brug. Een mooier begin van de reis konden we ons nauwelijks wensen. Het onoverwinnelijke groepsgevoel was direct geboren. Falsterbo, maak je borst maar nat! Onderweg hadden we overigens ook al de eerste groep Kraanvogels in een veld gezien en konden we met 150 km/h ook enkele Rode Wouwen bijschrijven.
Tijdens een rondje langs de deelnemers op de eerste avond werd duidelijk dat er een paar soorten waren waar menig hart sneller van ging kloppen. De Notenkraker stond met stip op één. Ook de Steppenkiekendief, Steenarend, Zwarte Specht, Klapekster, Rode Wouw en Ruigpootbuizerd stonden hoog op de verlanglijst.
De missie was duidelijk: zo veel mogelijk zien, goed opletten en vooral niet te vroeg tevreden zijn. Gas geven dus.
2 oktober. Duizenden vogels in de miezerregen
De eerste ochtend begon zoals het een echte Falsterbo-reis betaamt: ontbijten en direct door naar de telpost. Dat de wind stevig was en de miezerregen ons om de oren sloeg, mocht de pret niet drukken. Afwisseld stonden we klappertandend en dan weer met open mond het spektaktel te aanschouwen.
Al snel trokken grote groepen Vinken en Sijzen over, met daartussen Keepen, Barmsijzen, Putters en leuke groepjes Pimpelmezen. Ook Zanglijsters trokken in flinke aantallen door. Anderhalf uur op de telpost was genoeg om weer eens te beseffen hoe indrukwekkend de vogeltrek hier kan zijn.
's Middags trokken we eropuit om de omgeving verder te verkennen. Toen het wat droger werd, verschenen er drie Velduilen die met de Øresundbrug op de achtergrond over onze hoofden vlogen. Een decorstuk dat je niet iedere dag cadeau krijgt. Ook diverse jagende Zeearenden en een enorme groep Goudplevieren met daartussen Zilverplevieren konden op de lijst worden bijgeschreven.

Velduil ©Jesse Zwart
Minstens zo opvallend was wat er zich op ooghoogte afspeelde. De bosjes en lage struiken zaten vol zangvogels. Graspiepers en Veldleeuweriken trokken door, terwijl Roodborsten, Zwartkoppen en Tjiftjaffen overal opdoken. Een voorproefje van wat de komende dagen nog zou komen.'

Goudplevieren ©Jesse Zwart
3 oktober. Notenkrakergekte barst los
Het ontbijt was deze ochtend een stuk drukker dan je als vogelaar om zeven uur zou verwachten. Naast onze veertien deelnemers bleken er ook zo'n honderd golfers in het hotel te verblijven. Rondom Falsterbo liggen verschillende golfbanen en ook de telpost grenst aan zo'n baan. Dat betekende volle ontbijttafels, een hoop bedrijvigheid en af en toe een vragende blik over en weer. Blijkbaar zijn er meer mensen die op zondagochtend vroeg opstaan voor hun hobby. Alleen kijkt de ene groep naar vogels en de andere naar een klein wit balletje.
Op weg naar de telpost, dwars over de golfbaan, gebeurde het ineens. Zes Notenkrakers vlogen over onze hoofden richting het zuiden! Bij het zien van de zee bedachten ze zich echter en keerden ze om, terug richting het dennenbos. De gidsen hoorden nog een Roodkeelpieper roepen maar die was in al het tumult helaas niet aan de rest van de groep besteed.
De eerste grote doelsoort was binnen. Er klonken vreugdekreten over de golfbaan. De golfers waren daar iets minder enthousiast over, maar je kunt nu eenmaal niet iedereen tevredenstellen. Vogels kijken gaat FORE. Toch wilden we meer. Een overvliegende Notenkraker is prachtig, maar eentje die rustig ter plaatse blijft zitten, zou helemaal geweldig zijn.
Na een kort bezoek aan de officiële telpost besloten we een stukje terug te lopen. Op de officiële post stonden inmiddels zo'n zeventig vogelaars en fotografen dicht op elkaar. We wilden onze deelnemers in alle rust soorten kunnen aanwijzen en uitleg geven, zonder daarbij door een rij telescopen heen te hoeven dirigeren. Zo'n vijfhonderd meter ten noorden van de telpost vonden we een beschut plekje bij een bosje. En toen gebeurde het.
Nog geen kwartier later kwam er een Notenkraker aanvliegen. De vogel landde pardoes in de struik naast ons, op ongeveer vijf meter afstand, en begon doodgemoedereerd te poetsen. Vijf meter!, Vier meter. Drie meter.
Camera's ratelden, high fives werden uitgedeeld en op sommige gezichten verscheen een glimlach die er voorlopig niet meer af zou gaan. Ondertussen zagen we vanuit onze ooghoeken een sliert vogelaars vanaf de officiële telpost onze kant op komen. Het nieuws had zich snel verspreid. Telpost Dagjeindenatuur was geboren. En eerlijk is eerlijk: de rest van de week hebben we die plek niet meer losgelaten.
Alsof de Notenkrakers nog niet genoeg waren, zagen we ook Klapeksters, de eerste Rode Wouwen, een Smelleken en Blauwe Kiekendieven. Er vlogen opnieuw groepjes Notenkrakers over, een Grote Zee-eend passeerde en de trek van Barmsijzen was prachtig. Grote Gele Kwikstaarten lieten zich horen en ook een IJsgors stond op het programma. Door de constante stroom van vogels en bijpassende roepjes konden we goed oefenen met de verschillende geluiden. Opvallend veel Boompiepers vlogen over.
In de omgeving vonden we bovendien tijdens een wandeling een voor Zweden vrij schaarse Roodborsttapuit, enkele late Tapuiten en een Groene Specht.
Maar de grootste verrassing zat opnieuw in de bosjes. Overal zaten Roodborsten. Werkelijk overal. Zowel Jesse als Gijsbert had nog nooit zulke hoge dichtheden gezien. Soms telden we in één kijkerbeeld wel twintig Roodborsten tegelijk.

Notenkraker ©Laurie Rijsdijk
4 oktober. Steppe hier en steppe daar.
Als je de weersvoorspelling voor deze ochtend had mogen samenstellen, had je weinig meer te wensen overgelaten. Een zuidwestenwind, oplopende temperaturen en zon in de loop van de ochtend: ideale omstandigheden voor roofvogeltrek.
De ochtend begon al goed met opnieuw Notenkrakers. Uiteindelijk zouden we er die ochtend zo'n twintig zien. Ook Blauwe Kiekendieven vlogen regelmatig langs en al vroeg verschenen vier Rode Wouwen. Tussen de zangvogels door passeerde zelfs een groepje van vier Europese Kanaries.En toen schoot er laag over de golfbaan ineens een slanke, oranjekleurige kiekendief achter ons langs.
Een juveniele Steppenkiekendief!
De vogel liet zich zo'n vijf minuten lang fantastisch bekijken, in prachtig licht. Dit was er een voor in de boeken. Op ooghoogte meerdere keren passerend, jagend en rondjes om onze telpost vliegend. Met de temperatuur die inmiddels opliep, besloten we ons te verplaatsen naar de rand van een dennenbos op een duin. En dat bleek een gouden zet. Boven onze hoofden ontvouwde zich een waar roofvogelspektakel.
Tijdens twee uur tellen, met de lunch in de hand en de blik voortdurend op de lucht gericht, kwamen we uit op maar liefst 1.331 Buizerds, 414 Rode Wouwen, 155 Sperwers en drie Blauwe Kiekendieven.
Je kunt je voorstellen dat de voortreffelijke lunch niet bepaald uitgebreid werd besproken. Er moest geteld worden en determinatiekenmerken werden uitgebreid besproken. Jonge Buizerds konden goed worden vergeleken met adulte exemplaren en ook Rode Wouwen konden op leeftijd worden gebracht.
Toen de roofvogeltrek wat afnam, besloten we een nabijgelegen gemengd dennen- en loofbos te bezoeken. We hoopten op leuke zangvogels en natuurlijk op de Zwarte Specht. Die laatste liet zich kort overvliegend zien terwijl boven het bos nog steeds groepjes roofvogels passeerden.
Aan de bosrand stonden we een Roodborsttapuit en een Torenvalk te bekijken toen er iets afwijkends over ons heen vloog. Net iets te laat hadden we de vogel goed in beeld. Een arend, die inmiddels al voorbij ons was. Gelukkig wist een van de deelneemsters nog een paar foto's te maken. Die bleken van onschatbare waarde bij het determineren.Na het nodige gepuzzel viel het kwartje.
STEPPEAREND!
Een absolute megazeldzaamheid en niet bepaald een soort die je op de lijst van verwachte soorten zet als je naar Falsterbo gaat. De vogel was alweer verdwenen, maar de foto's gaven voldoende aanknopingspunten om tot determinatie te komen. Alsof de hectiek nog niet genoeg was, hoorden Gijsbert en Jesse tijdens het determineren ook nog een Humes Bladkoning roepen vanuit het bos. Een uiterst zeldzame soort die zich helaas niet meer liet terugvinden. Ondertussen fladderde er doodleuk ook nog een Zeearend voorbij.
Met verhoogde hartslag en hier en daar een paar gebalde vuistjes vervolgden we onze wandeling. Als kers op de taart liet de Zwarte Specht zich vervolgens ook nog eens prachtig zien aan de rand van een open vlakte.Sommige dagen zijn zo goed dat je je afvraagt of je niet gewoon naar huis moet gaan voordat het misgaat. Maar ja, we waren pas halverwege de reis.
5 oktober. Tegenwind, Baardmannetjes en een gouden randje.
De westenwind was inmiddels aangetrokken tot bijna stormachtige proporties. Toch stonden we gewoon weer op onze vertrouwde plek ten noorden van de officiële telpost.De harde wind had ook een voordeel. De vinkachtigen vlogen soms op heuphoogte over de golfbaan en moesten pas bij ons bosje omhoog. Daardoor konden we ze uitstekend bekijken en de determinatiekenmerken nog eens goed oefenen. Niet iedere vogelreis hoeft alleen maar uit zeldzaamheden en juichmomenten te bestaan; soms is het minstens zo leuk om een groep te leren hoe je al die langsvliegende vinkachtigen uit elkaar houdt.
We zagen opnieuw een Steppekiekendief en kregen vijf Baardmannetjes in beeld. Een leuke soort voor Falsterbo, en het werd nog spectaculairder toen een van de Baardmannetjes ternauwernood aan een Smelleken wist te ontsnappen.
Halverwege de ochtend bezochten we het beroemde en beruchte ringstation aan de voet van de vuurtoren. Op goede dagen worden hier, zonder geluid, tot wel drieduizend vogels gevangen. We kregen uitleg over het waarom en hoe van het ringwerk en konden van dichtbij meemaken hoe een Roodborst werd geringd. Een mooie kans om eens stil te staan bij het onderzoek dat achter onze kennis over vogeltrek schuilgaat.
Op weg terug naar de busjes vloog er bovendien nog een prachtige juveniele Wespendief laag over. Lekker laat in het seizoen en een mooie aanvulling op onze groeiende lijst roofvogels.
Daarna reden we het binnenland in, op zoek naar een paar soorten die niet zomaar vanaf de kust te vinden zijn. Onderweg stopten we voor een indrukwekkende groep van ongeveer 180 overvliegende Kraanvogels. Het geluid alleen al was fantastisch. Als je ooit een grote groep Kraanvogels hebt horen overvliegen dan weet je waar we het over hebben.
Aangekomen op een prachtige lunchplek middenin een Zweeds bos dat in een prachtig dal laghoorden we al snel een Taigaboomkruiper, die we later op een andere locatie ook goed konden bekijken. Honderden Kepen en Vinken bevolkten de bomen terwijl ook de ondersoort europaea van de Boomklever liet zich zien. Deze heeft onder meer een opvallend witte borst en is daarmee een andere verschijning dan onze eigen Boomklevers. Maar we waren uiteraard nog niet klaar. Vanaf een uitzichtpunt zagen we uiteindelijk twee verschillende Steenarenden! Met Klapekster, Ruigpootbuizerd en Zwarte Wouw als ‘supporting cast’ werd het weer een indrukwekkend rijtje.
Op de terugweg volgden nog meer Kraanvogels, een familie Wilde Zwanen en een enorme groep Edelherten.De dagteller draaide ondertussen rustig door: 104 Rode Wouwen, 76 Sperwers en maar liefst 408 Kraanvogels. En dat op een dag die niet eens bijzonder goed was voor de roofvogeltrek.
6 oktober.Nog één keer alles uit de kast
De laatste volle vogeldag was aangebroken. De zangvogeltrek viel in de ochtend wat tegen, maar dat gaf ons mooi de gelegenheid om de omgeving rustig af te speuren.
De golfers in het hotel hadden inmiddels plaatsgemaakt voor ongeveer vijftig Zweedse militairen. Tijdens het ontbijt twijfelde een van onze deelnemers of het misschien fotografen waren. Ze besloot het gewoon te vragen aan een van de soldaten: waren ze vogelaars of zaten ze in het leger?
Een prima vraag, die het ontbijt meteen een stuk gezelliger maakte.
Op de telpost voegden we onder meer Beflijster, Scholekster en Grote Zaagbek aan de lijst toe. Ook de Steppekiekendief liet zich opnieuw zien. Vervolgens maakten we een groepsfoto op onze inmiddels legendarische telpost. Een mooi moment om even stil te staan bij alles wat we in een paar dagen hadden meegemaakt.

Steppekiekendief ©Jesse Zwart
Daarna was het tijd voor een middagje ontspannen op het duin. De weersvoorspellingen waren opnieuw goed en dus gingen we er eens lekker voor zitten. Soms is vogels kijken immers vooral een kwestie van wachten. Al is het bij Falsterbo wel wachten met de blik voortdurend op de lucht gericht.
De grootste aantallen Buizerds trokken deze middag wat noordelijker langs ons heen, waardoor we er ongetwijfeld een aantal gemist hebben. Toch viel er genoeg te beleven. We telden 213 Buizerds, 356 Rode Wouwen, 240 Sperwers, vijf Zeearenden, vijf Blauwe Kiekendieven, zes Zwarte Wouwen en twee prachtige Ruigpootbuizerds die laag over kwamen vliegen.
Doordat de stroom roofvogels wat rustiger was, konden we bovendien goed oefenen met het op leeftijd brengen van Buizerds en Rode Wouwen. Ook de kenmerken van de Ruigpootbuizerd kwamen uitgebreid aan bod. Want hoe indrukwekkend al die aantallen ook zijn, het wordt pas echt leuk als je steeds beter leert begrijpen wat er precies door de lucht komt.
En natuurlijk waren er weer Notenkrakers. Ongeveer tien exemplaren passeerden onze telpost. Ze werden nog steeds enthousiast ontvangen, al was de totale euforie van zondag inmiddels iets afgenomen. Een Notenkraker op vijf meter afstand blijft bijzonder, maar na een paar dagen Falsterbo raken we blijkbaar allemaal een beetje verwend.
127 soorten
Na zes dagen vogels kijken zat het erop. We sloten de reis af met een heerlijk diner, een tevreden groep en een soortenlijst van 127 waargenomen vogelsoorten.
We zagen massale trek van zangvogels, duizenden roofvogels, tientallen Notenkrakers, meerdere Steppenkiekendieven, Steenarenden en als absoluut hoogtepunt die onvergetelijke Steppenarend. We genoten van Kraanvogels, Baardmannetjes, Zwarte Spechten en Ruigpootbuizerds, leerden bij over vogelringwerk en oefenden volop met het herkennen van soorten en leeftijdskenmerken.
Maar minstens zo belangrijk was de sfeer. Van de sprint door Denemarken tot de eerste Notenkrakers, van het gezamenlijke speuren naar roofvogels tot de gesprekken tijdens het ontbijt: het was een heerlijke week met een groep enthousiaste vogelaars. Falsterbo is een plek waar je iedere dag opnieuw verrast kunt worden. Soms door duizenden vogels tegelijk, soms door één zeldzame arend die nét op het verkeerde moment over je hoofd vliegt, en soms door een Notenkraker die besluit dat een struik op vijf meter afstand de perfecte plek is voor een uitgebreide poetsbeurt.
Wij kijken terug op een fantastische reis. En naar volgend jaar kijken we minstens zo enthousiast uit. Want als Falsterbo ons iets heeft geleerd, is het dat je nooit precies weet wat de volgende ochtend brengt. En dat is misschien wel het mooiste aan vogels kijken.
Enthousiast geworden? Volgend jaar bieden we de reis naar Falsterbo opnieuw aan! Bekijk de reis hier.